Koeien Z22 tm Z26 Formerum 13

Biohuis verwelkomt structureel overleg met minister voor passende stikstofaanpak

Nu de uitwerking van het stikstofpakket duidelijker wordt, zien we ook waar het schuurt met de biologische landbouwpraktijk. In de kamerbrief worden enkel positieve punten genoemd, terwijl Biohuis ook de negatieve gevolgen ziet. Daarom heeft Biohuis bij minister Van Essen aangedrongen op een structureel gesprek. In zijn kamerbrief schrijft de minister dat hij een overlegtraject start in aanloop naar de nieuwe wet- en regelgeving. Biohuis gaat dit overleg graag aan.

Biohuis heeft de afgelopen maanden herhaaldelijk aangegeven dat de huidige uitwerking op onderdelen onvoldoende aansluit bij de biologische landbouwpraktijk. Een uitzondering achteraf is dan ook niet voldoende. Het gaat erom dat de systematiek vanaf het begin recht doet aan de manier waarop biologische boeren werken. Biologische boeren werken structureel met minder externe inputs, een lagere veebezetting, meer grondgebondenheid, meer weidegang en beter gesloten kringlopen. Die manier van werken moet ook in de stikstofaanpak worden herkend en gewaardeerd. 

In zijn kamerbrief geeft minister Van Essen aan dat hij hier recht aan wil doen en daarover het structurele gesprek aangaat met de sector.  In het bijzonder zal Biohuis daarbij oproepen tot de volgende punten: 

  1. Doelsturing op hectares, niet op fosfaatrechten
    De voorgestelde koppeling van de emissienorm (KPI) aan fosfaatrechten sluit onvoldoende aan bij extensieve en biologische melkveebedrijven. Wij voorzien ook dat een fosfaatnorm intensivering in de hand helpt, wat ingaat tegen de bredere inzet van de stikstofaanpak. Een systematiek voor biologische en extensieve bedrijven gebaseerd op hectares doet beter recht aan grondgebondenheid en voorkomt dat deze bedrijven relatief zwaar worden belast. Biohuis heeft dit de afgelopen maanden nadrukkelijk naar voren gebracht en heeft inmiddels de toezegging dat de hectarenorm meegenomen wordt in het WUR onderzoek. Dit is echter nog niet terug te zien in de kamerbrief en Biohuis zal daarom hierop blijven aansturen.
  2. Zorg dat de rekenmethode de biologische praktijk daadwerkelijk weerspiegelt
    Het model waarmee de emissienorm wordt berekend mag niet beperkend zijn op de extra stappen die biologische landbouw zet. Zo moet rekening worden gehouden met de veel hogere weidegang, het rantsoen en met de afwijkende samenstelling van biologische mest, waarin relatief meer stikstof organisch gebonden is. De minister geeft in zijn kamerbrief aan hier aan te gaan voldoen.
  3. Beloon wat biologische boeren al doen
    Veel biologische bedrijven hebben al jaren geleden, ook voor 2019, geïnvesteerd in extensivering en emissiereductie. Zij mogen niet opnieuw met dezelfde opgave worden geconfronteerd. De minister heeft eerder toegezegd dat bij de verdere uitwerking rekening wordt gehouden met bedrijven die al bovengemiddeld duurzaam presteren. Biohuis vindt het belangrijk dat dit uitgangspunt ook daadwerkelijk in wet- en regelgeving wordt geborgd.
  4. Kijk integraal naar de prestaties van een bedrijf
    In het stikstofpakket, en ook recent bevestigd door PBL, wordt gesteld dat stikstof niet los kan worden gezien van waterkwaliteit, biodiversiteit, klimaat en bodem. Juist de biologische landbouw laat zien dat deze doelen in samenhang kunnen worden gerealiseerd. De stikstofaanpak moet daarom ruimte bieden aan het landbouwmodel dat meerdere maatschappelijke doelen tegelijk bedient, in plaats van uitsluitend op één emissie-indicator te sturen.
  5. Gebruik het overleg om vóór de wetgeving tot een werkbare systematiek te komen
    Biohuis vindt het positief dat de minister met het structurele overleg wil zorgen dat de wet- en regelgeving passend is, voordat het gepubliceerd wordt. Regelgeving in een apart spoor die passend is in het biologisch landbouwsysteem is daarin een mogelijkheid. Er moet voorkomen worden dat biologisch in een systeem wordt gedwongen dat niet recht doet aan de maatschappelijke meerwaarde die het biedt.

Biohuis gaat daarom graag met het ministerie en de minister om tafel om te komen tot werkbare wet- en regelgeving voor biologische boeren, die daadwerkelijk stuurt op het behalen van de doelen en biologische en extensieve bedrijven niet onbedoeld benadeelt.