Nationale ombudsman: biologisch stimuleren vraagt om maatwerk en consistent overheidsbeleid
De overheid wil de landbouw verduurzamen en de biologische landbouw stimuleren. Maar beleid dat onvoldoende aansluit bij de praktijk op het boerenerf kan juist belemmerend werken. Dat blijkt uit het rapport Een boer met kiespijn lacht niet van de Nationale ombudsman, waarin boeren vertellen over hun ervaringen met veranderlijk overheidsbeleid. Biohuis heeft in aanloop naar het rapport gesproken met, en input geleverd aan de ombudsman. In zijn rapport ziet Biohuis een duidelijke oproep: wie de biologische landbouw wil laten groeien, moet rekening houden met de verschillen tussen bedrijven en zorgen voor beleid dat op de lange termijn perspectief biedt.
Beleid moet aansluiten bij de praktijk
In het onderzoek komen verschillende knelpunten naar voren die boeren breed ervaren. Zo zorgen wisselende regels en politieke koerswijzigingen voor onzekerheid. Ook ontbreekt het volgens veel boeren aan een duidelijke langetermijnvisie en samenhang tussen beleidsterreinen. Maatregelen die vanuit verschillende overheden en beleidsterreinen worden ontwikkeld, komen uiteindelijk samen op één boerenbedrijf. Dat maakt het voor ondernemers lastig om vooruit te plannen en investeringsbeslissingen te nemen.
Ook in de gesprekken met belangenorganisaties, waaronder LTO, komt het belang van uitvoerbaar en samenhangend beleid naar voren. Het rapport benadrukt dat de kennis en ervaring van boeren beter moeten worden benut bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid. Generieke regels sluiten niet altijd aan bij de uiteenlopende bedrijfssituaties en kunnen daardoor onbedoeld tot knelpunten leiden.
Generiek beleid werkt niet altijd voor biologische bedrijven
Voor biologische bedrijven is maatwerk extra belangrijk. In het rapport vertellen biologische tuinders over maatregelen die geen onderscheid maken tussen gangbare en biologische teelt, terwijl de bedrijfsvoering en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verschillen.
Een voorbeeld is een voorgestelde bufferzone van 50 meter tussen landbouwgrond waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en gevoelige functies, zoals woningen. Volgens de biologische ondernemers kan zo’n generieke maatregel ook gevolgen hebben voor biologische telers die geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruiken. Zij zouden daardoor grond ongebruikt moeten laten, terwijl de pachtkosten doorlopen.
Familie van der Markt: ‘Wij zouden graag zien dat gangbare extensieve veehouders de mogelijkheid krijgen om bioboer te worden’
‘Er zijn niet zo veel bioboeren. Dat is een reden waarom onze producten duurder zijn, bijvoorbeeld omdat er een aparte vrachtwagen voor moet rijden. De overheid zou biologische landbouw moeten stimuleren met maatwerk. We hebben een kritische hoeveelheid producenten nodig, anders is het voor een verwerker niet gunstig om naar een bepaald gebied te rijden. Ook zien we mogelijkheden voor samenwerking. Wij zouden graag zien dat gangbare extensieve vee houders de mogelijkheid krijgen om bioboer te worden. Wij kunnen dan grasklaverveevoer en rustgewassen voor hen produceren en daar mest voor terugkrijgen. Dat is beter in balans.
Langetermijnperspectief én een markt voor biologisch
Biohuis onderschrijft het belang van stabiel en voorspelbaar overheidsbeleid. Ondernemers moeten kunnen rekenen op duidelijke doelen en kaders, zodat zij weten waar ze op de lange termijn aan toe zijn. Dat is belangrijk voor investeringen, bedrijfsontwikkeling en bedrijfsopvolging, en zeker ook voor boeren die willen omschakelen naar biologisch.
Daarnaast vraagt groei van de biologische landbouw om aandacht voor de markt. De biologische ondernemers in het rapport wijzen erop dat de overheid niet alleen de productie moet stimuleren, maar ook de vraag naar biologische producten. Denk bijvoorbeeld aan meer biologische producten in bedrijfs- en overheidskantines. Een voldoende grote en stabiele afzetmarkt is nodig om de hele keten, van boer tot verwerker, perspectief te bieden.
Luister naar ondernemers
De Nationale ombudsman roept de overheid op om langetermijndoelen te borgen, beter samen te werken tussen beleidsterreinen en de kennis en ervaring van boeren serieus te betrekken bij beleidskeuzes. Dat vraagt niet alleen om overleg met belangenorganisaties, maar ook om contact met ondernemers zelf en inzicht in de gevolgen van maatregelen op individuele bedrijven.
Voor Biohuis is de boodschap helder: de ambitie om de biologische landbouw te laten groeien vraagt om beleid dat die ambitie daadwerkelijk ondersteunt. Dat betekent consistent langetermijnbeleid, aandacht voor de specifieke kenmerken van biologische bedrijven en een gerichte stimulans van de vraag naar biologische producten.