De biologische sector laat zien dat de eiwittransitie al in de praktijk werkt
De Europese Commissie heeft de EU Protein Strategy gepubliceerd. Deze strategie moet boeren ondersteunen bij de teelt van meer plantaardige eiwitgewassen en de Europese voedselproductie minder afhankelijk maken van import. De eiwittransitie vraagt om een evenwichtig landbouwsysteem waarin plantaardige én dierlijke productie elkaar versterken. Het debat hierover moet niet gaan over tegenstellingen tussen dierlijke en plantaardige eiwitten. De transitie moet gaan over een bestendige kringloop waarin bodem, gewas, dier en consument met elkaar verbonden zijn.
De biologische sector werkt al decennialang volgens dit principe. Met evenwicht tussen plantaardige en dierlijke productie sluit de biologische landbouw nauw aan bij de gewenste ontwikkeling richting een meer plantaardig voedingspatroon. Zonder de ecologische samenhang uit het oog te verliezen met het gebruik van dierlijke mest. Want ook voor de teelt van plantaardige eiwitten blijft die verbinding van belang.
Een gezonde eiwittransitie begint bij een gezonde bodem
Binnen de biologische landbouw zijn plantaardige en diervriendelijke productie met elkaar verbonden. Dieren spelen een belangrijke rol in het sluiten van kringlopen en leveren nu de mest die nodig is voor een vruchtbare bodem en gezonde gewassen. Dieren vervullen daarmee een onmisbare functie binnen het biologische kringloopsysteem. Zonder dierlijke mest komt de vruchtbaarheid van de bodem en daarmee de productie van hoogwaardige plantaardige eiwitten onder druk te staan.
Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat de opschaling van plantaardige eiwitgewassen, zoals peulvruchten, nog grote uitdagingen kent. Meerdere biologische boeren hebben de teelt na enkele jaren weer beëindigd vanwege tegenvallende resultaten. Teelten zoals veldbonen zijn gevoelig door hoge ziektedruk, wat de opbrengst en stabiliteit verder onder druk zet. Ook is in Nederland de teeltkennis rond peulvruchten nog beperkt ontwikkeld. Dit maakt de teelt voor veel boeren op dit moment onvoldoende aantrekkelijk. Want door die beperkte kennis en infrastructuur blijven de opbrengsten achter, zowel in kilogram per hectare als in economische opbrengst per kilogram. Investeringen in kennisontwikkeling, teeltbegeleiding, veredeling, verwerking en afzetstructuren zijn daarom noodzakelijk. Dit zowel in de gangbare als in de biologische keten.
Een toekomstbestendige eiwittransitie vraagt daarom nu niet om het uitfaseren van dieren, maar om een goede balans tussen plantaardige en dierlijke productie. De vraag naar dierlijke eiwitten zal bovendien niet verdwijnen. Daarom is het belangrijk om in te zetten op duurzaam en diervriendelijk geproduceerde dierlijke producten, zoals in de biologische veehouderij, en om te voorkomen dat productie verschuift naar het buitenland waar andere normen gelden.
Marktontwikkeling van belang
De biologische sector ziet kansen voor verdere groei van plantaardige eiwitten, maar benadrukt dat marktontwikkeling randvoorwaardelijk is. Nieuwe teelten vragen substantiële investeringen van boeren en verwerkers. Die kunnen alleen worden gedaan als er voldoende en stabiel marktperspectief bestaat. Zonder deze zekerheid blijven innovaties in teelt en ketenontwikkeling achter. Zeker in gewassen die nog in een ontwikkelfase zitten qua kennis, opbrengst en verwerkingsmogelijkheden. Een effectieve eiwittransitie stimuleert daarom duurzame Nederlandse productie in plaats van het verplaatsen van productie naar landen elders. Zo moet ook het veevoer zoveel mogelijk lokaal worden geproduceerd. Daarmee worden importafhankelijkheid, transportemissies en ongewenste verschuiving van milieudruk naar het buitenland beperkt.
Onze oproep
Stimuleer plantaardige eiwitten waar dat kan, behoud de belangrijke rol van dieren in het landbouwsysteem en zorg voor voldoende en stabiele marktvraag. Investeer daarbij expliciet in kennisontwikkeling, teeltoptimalisatie en ketenstructuren voor eiwitgewassen, zodat opbrengsten in zowel kilo’s per hectare als economische waarde kunnen verbeteren. Dat vraagt om een balans in de mestproductie, in het belang van een goede plantaardige teelt. Alleen zo ontstaat een toekomstbestendig voedselsysteem waarin kringlopen, bodemvruchtbaarheid en voedselproductie met elkaar in balans zijn. De biologische sector laat zien dat het kan.